Mijn oom is overleden.
Na een lang ziektebed kwam er een einde aan zijn leven. Ik kende hem vooral uit mijn jeugd. Daarna raakte de familieband op de een of andere manier uit elkaar. Het leven ging verder en iedereen ging zijn eigen weg.
Niet zozeer omdat ik mijn oom door de jaren heen heel dichtbij had meegemaakt, maar omdat ik er wilde zijn voor mijn familie. Om mijn moeder, mijn zus en anderen te steunen op een moment waarop afscheid nemen nooit gemakkelijk is.
En toch gebeurde er iets met mij waar ik de afgelopen dagen over ben blijven nadenken.
Ik huilde niet.
Ik had ook niet het gevoel dat ik moest huilen. Ik stond daar, ik luisterde, ik keek naar de mensen om mij heen en probeerde vooral sterk te zijn.
De sterke broer.
De sterke zoon.
Ik kan dit wel aan, dacht ik.
Maar kan een mens eigenlijk alles aan wat het leven op zijn pad brengt?
Dat is een vraag die steeds vaker door mijn hoofd gaat.
Want de afgelopen jaren heb ik van dichtbij gezien dat mensen ziek worden. Dat mensen ouder worden. Dat mensen veranderen. Dat mensen uiteindelijk overlijden.
Sommige mensen staan heel dichtbij. Andere mensen waren ooit dichtbij en zijn dat later minder geworden. Maar ieder afscheid lijkt toch iets in jezelf aan te raken.
Misschien omdat je bij ieder overlijden ook even naar je eigen leven kijkt.
Na de crematie omhelsde ik mijn zus en mijn moeder. En juist daar, in die kleine ruimte na afloop, brak er even iets.
Heel kort.
Een moment waarop ik niet de sterke hoefde te zijn.
En ineens dacht ik aan mijn vader.
Mijn vader leeft met dementie.
Hij is er gelukkig nog. En juist daarom is het misschien zo vreemd dat mijn gedachten tijdens het afscheid van mijn oom al vooruit gingen naar een afscheid dat nog helemaal niet aan de orde is.
Maar ik weet dat het ooit komt.
Er komt een moment waarop ik bij mijn vader op de eerste rij zit.
Een moment waarop ik misschien zelf een toespraak wil houden. Waarin ik vertel wie hij voor mij is geweest. Wat hij voor mij heeft betekend. Welke herinneringen ik aan hem heb.
En misschien was dat wel de reden dat de tranen bij mijn oom niet kwamen.
Misschien waren het niet eens de tranen om mijn oom die ik voelde.
Misschien voelde ik vooral het verdriet om wat er ooit nog gaat komen.
Maar dat verdriet hoeft vandaag nog niet.
Mijn vader is er nu.
En daar wil ik misschien veel bewuster bij stilstaan.
We zeggen vaak: je krijgt wat je aankunt.
Maar klopt dat eigenlijk wel?
Ik denk steeds vaker van niet.
Je krijgt niet altijd wat je aankunt. Het leven vraagt soms dingen van je waarvan je vooraf nooit had gedacht dat je ze zou kunnen dragen.
Je leert ermee omgaan.
Stap voor stap.
Soms sterk.
Soms helemaal niet.
En soms houd je iemand gewoon even stevig vast.
Misschien is dat wel sterker dan alle tranen proberen tegen te houden.
Ik hoef misschien helemaal niet altijd de sterke broer te zijn.
Ook niet de sterke zoon.
Ik mag gewoon mens zijn.
Met alles wat daarbij hoort.
Met verdriet.
Met angst voor wat ooit komt.
Met mooie herinneringen aan wat geweest is.
En vooral met dankbaarheid voor wie er vandaag nog naast me staat.
Want uiteindelijk is dat misschien wel wat het leven ons leert:
Je krijgt niet wat je aankunt.
Je leert aan te kunnen wat het leven je geeft.
Reacties