Hoe lang blijf je sparen voordat je jezelf toestaat het te besteden? Ik ben van net na de babyboomgeneratie, maar ik heb wel iets meegekregen van de generatie ervoor: eerst sparen, dan kopen.
Mijn vader leerde mij dat je niet zomaar iets kocht omdat je het leuk vond. Nee, daar moest eerst voor gespaard worden. Een nieuwe fiets? Sparen. Een auto? Sparen. Een vakantie? Als het even kon… ook sparen.
Mijn vader is geboren in oorlogstijd. Zijn ouders beschikten niet over een ruime financiële buffer waaruit eenvoudig kon worden geput wanneer het leven daarom vroeg. Wat binnenkwam, werd grotendeels besteed aan het noodzakelijke om te overleven. Dat is een realiteit die mijn generatie nauwelijks nog kent.
Wij leven in overvloed. Als iets niet in de winkel ligt, bestellen we het online. En als het meezit, staat het de volgende dag voor de deur. Het is inmiddels bijna vanzelfsprekend geworden dat vrijwel alles direct beschikbaar is.
En als het geld er niet is? Dan kunnen we lenen. Misschien is dat wel het wezenlijke verschil. De generatie van mijn ouders kende schaarste. Wij kennen vooral mogelijkheden. Toch zie ik bij veel mensen uit die generatie iets opvallends. Zij hebben jarenlang gespaard. En blijven sparen.
Maar met welk doel eigenlijk?
Ik kan het ergens wel begrijpen. Je weet nooit wat er kan gebeuren. Misschien komt er een grote uitgave. Misschien worden de zorgkosten hoger. Misschien heb je later meer nodig dan je nu inschat. Dus blijft het geld op de bank staan, jaar na jaar. Ondertussen wordt er steeds minder uitgegeven.
Een keer uit eten? “Dat is best duur.” Een mooie reis? “Dat is niet meer nodig.” Een nieuwe auto? “Deze voldoet nog.” Een weekendje weg? “Thuis is het ook goed.” En intussen staat er mogelijk een bedrag op de rekening waar men vroeger alleen van kon dromen.
Maar wanneer is het moment om er daadwerkelijk van te genieten?
Dat is een interessante vraag. Sparen is verstandig, maar eindeloos sparen kan ook een vorm van uitstelgedrag worden. Geld kan worden meegenomen naar de toekomst, maar uiteindelijk kent het één beperking: het gaat niet mee naar het leven daarna.
Dat klinkt misschien hard, maar het is iets wat ik regelmatig zie. Mensen die hun hele leven zuinig zijn geweest. Die zichzelf weinig hebben gegund. Die steeds dachten: misschien later. En dan komt dat later.
Maar dan is de gezondheid mogelijk afgenomen. Of een partner is weggevallen. Of reizen is niet meer haalbaar. Of het lichaam werkt niet meer mee. Of er ontstaat dementie, waardoor langzaam de grip verdwijnt op wie je bent, wat je wilde en waar je ooit van droomde.
En dan staat dat geld nog steeds op de rekening. Alleen is er mogelijk niemand meer die er echt van kan genieten.
Dat is soms een pijnlijke constatering. Niet omdat sparen verkeerd is, maar omdat de vraag opkomt of men zichzelf onderweg niet is vergeten. De oma van mijn vrouw is alweer een tijdje geleden overleden. Zij verwoordde het volgens mij treffend. Zij zei altijd:
“Ik geef het liefst met een warme hand.”
Vroeger vond ik dat een wat vreemde uitspraak. Inmiddels begrijp ik die steeds beter. Geef wanneer iemand er nog iets aan heeft. Deel wat je kunt. Doe iets leuks. Ga samen uit eten. Maak herinneringen. Koop datgene waar je al jaren naar kijkt. Ga op reis.
En misschien nog belangrijker: gun jezelf ook iets. Want wat is de waarde van een aanzienlijk banksaldo als je er fysiek of mentaal niet meer van kunt profiteren? Ik vraag me daarom steeds vaker af waarom mensen zo terughoudend zijn met het besteden van hun geld.
Is het angst? Onzekerheid? De ervaringen van eerdere generaties? De herinnering aan schaarste? De vrees om ooit tekort te komen?
Waarschijnlijk een combinatie van dit alles. Zelfs iemand die de loterij wint, kan daarna de angst ervaren om het weer te verliezen. Blijkbaar zit het niet alleen in de hoogte van het vermogen, maar vooral in de manier waarop we er mentaal mee omgaan.
Sparen biedt zekerheid. Genieten creëert herinneringen.
En uiteindelijk zijn het die herinneringen die blijven. Niet het banksaldo. De oma van mijn vrouw leek dat als een van de weinigen volledig te begrijpen.
“Met een warme hand.”
Misschien is het goed dat we daar wat vaker bij stilstaan. Sparen is op zichzelf verstandig. Het is niet de bedoeling om morgen alles uit te geven omdat er toevallig een column is gelezen. Maar er komt een moment waarop je jezelf moet afvragen:
Waar wacht ik eigenlijk op?
Want later is een relatief begrip. Later kan volgend jaar zijn. Later kan morgen zijn. Maar soms blijkt later ineens te laat.

Reacties