Pelgrimsverhaal · Camino Portugués Coastal Route · bijna 300 km zonder plan. Over vertrouwen, twijfel en gewoon gaan
Soms ontstaat een reis niet uit een strak plan, maar uit een gevoel. Geen lijstjes. Geen schema's. Geen controle. Alleen een gedachte die blijft hangen: Ik moet gaan. 300 kilometer te voet. 14 dagen onderweg.
De eerste stappen
De eerste dagen waren onwennig. Mijn lichaam moest wennen aan het ritme. Mijn benen voelden zwaar, stram. Alsof ze zich afvroegen: meen je dit serieus? Mijn hoofd was nog druk. Vol ruis. Gedachten die alle kanten opgingen.
Ik liep langs de kust. De zee altijd ergens in de buurt. Soms rustig, kabbelend, soms wild en onvoorspelbaar. Net als ik. Langzaam ontstond er een ritme: lopen, eten, slapen. En weer opnieuw. Eenvoudig, maar allesbehalve makkelijk.
Verwachtingen bestaan niet
Ik dacht: vandaag wordt een vlakke etappe. Het werd klimmen. Ik dacht: het blijft droog. Het regende uren. Elke dag weer moest ik bijstellen. Het leven volgt geen plan. Je kunt het proberen te sturen, maar uiteindelijk gebeurt wat er gebeurt. De vraag is niet óf het anders loopt, maar hoe je ermee omgaat.
Regen, bergen en weerstand
Er waren dagen dat het zwaar was. Echt zwaar. Regen die maar bleef vallen. Paden die veranderden in modderige glijbanen. Bergen die zich eindeloos leken uit te strekken. Er was een moment dat ik serieus dacht om te stoppen. Geen drama. Geen groot besluit. Gewoon: dit is genoeg.
Maar iets in mij bleef bewegen. Nog één stap. En nog één. En achteraf, was dat misschien wel de grootste overwinning van allemaal. Regen die maar bleef vallen, paden die glijbanen werden. Het moment dat stoppen reëel leek en ik toch doorliep. Nog één stap. En nog één. De simpelste overwinning.
Het ongemak
Er was een laag ongemak die ik bewust had opgezocht. Niet de regen, niet de pijn in mijn kuiten. Iets anders. Iets wat begon op het moment dat ik incheckte bij een herberg. Een bed in een zaal. Vreemden om me heen. En de wetenschap: er kunnen straks meer reizigers bijkomen. Die ook een plek voor de nacht zoeken. Elke nacht opnieuw
Het gesnurk. Midden in de nacht. Iemand die je niet kent. Niets aan te doen, behalve ermee leren leven. Het licht. Iemand gaat naar de wc. Het licht gaat aan. Of je hoort ze rommelen met hun rugzak. Om drie uur 's nachts. Is er wel plek? Na 20 tot 25 kilometer lopen. Geen reservering mogelijk. Gewoon aankomen en hopen. Elke keer opnieuw.
De controle loslaten en er op vertrouwen dat het wel goed komt. Wat ga ik eten? Is er een supermarkt? Is er iemand die iets over heeft? Soms weet je het pas als je er staat. De wc en douche. Vaak schoon. Soms niet helemaal. Allebei heb ik meegemaakt. De was. Kleding wassen 's avonds. En dan maar hopen dat het de volgende ochtend droog is. Regen beslist anders. Dit was geen bijzaak. Dit was de reis.
Ik had dit ongemak bewust opgezocht. Niet om mezelf te straffen. Maar uit nieuwsgierigheid. Hoe ga ik hiermee om? Dat was de vraag. Elke dag. Elke nacht. Elke keer opnieuw. En het antwoord verschilde. Soms gemakkelijker dan ik dacht. Soms moeilijker. Maar ik zag geen moeilijkheden, alleen mogelijkheden. Of een oplossing. Iemand die hielp. Of gewoon: de volgende ochtend.
Alleen, maar nooit echt alleen
Ik liep veel alleen. Uren achter elkaar. Door bossen, over
keien, langs verlaten paden. En toch voelde ik me zelden eenzaam. Dat kwam door
de mensen die ik ontmoette. De eerste twee dagen niet hoor. De wilde ik echt
de- socialiseren (als dat woord bestaat).
Vader & dochter. Uit Italië: ze leefden vanuit hun hart, elke dag. De 74-jarige Een vrouw uit Frankrijk die de Camino liep met haar hond, gewoon
omdat het kon. Simon. Uit België. Bleef doorgaan, ook als het moeilijk ging. Gabriel. Begreep mijn simpele vraag "Why?" meteen, zonder
uitleg. De twee zussen. Een paar woorden werden 20 kilometer samen. Lachen, praten,
stiltes die klopten. Soms hoef je niets te plannen. Dan gebeurt het gewoon.
De reset
Halverwege de reis gebeurde er iets. Alsof iemand op een knop drukte. Reset. Emoties kwamen los. Onverwacht. Ongefilterd. Ik huilde. Niet omdat het slecht ging, maar omdat alles even binnenkwam. Het voelde als groeien. Van binnen.
Vertrouwen zonder naam
Eén moment staat me nog helder bij. Een taverne. Geen
check-in. Geen paspoort. Geen formulier. Alleen een man achter de bar, een
sleutel, en een knikje. Dat was genoeg. Ik sliep daar. At daar. Betaalde daar €
41. En de volgende ochtend vertrok ik weer. Ze wisten niet wie ik was. En toch
was alles geregeld.
In een wereld waar alles vastgelegd moet worden, bestond
hier nog iets anders. Eenvoud. Vertrouwen. Menselijkheid.
De laatste kilometers
Langzaam kwam het einde dichterbij. Nog 100 kilometer. Nog
75. Nog 20. En iets veranderde. Het werd stiller, niet buiten, maar van binnen.
De vraag veranderde. Niet meer: haal ik het? Maar: wat betekent dit voor mij? Elke stap voelde bewuster. Alsof ik wist dat het bijna voorbij was.
En toen was het zover. Ik kwam aan in Santiago. 14 dagen.
300 kilometer. Ik stond daar. Trots. Dankbaar. Moe. Maar vooral voldaan. Niet
omdat ik iets had bereikt. Maar omdat ik iets had ervaren.
Wat ik meeneem
Je hoeft niet alles te controleren om te weten dat het goed
komt. Vertrouwen is vaak sterker dan de beste planning. Doorgaan is niet altijd
groots. Het zit in kleine stappen, één voor één. De mooiste momenten ontstaan
zonder dat je ze ziet aankomen. Ik ben weer thuis.
Maar een deel van mij loopt nog. Langs de zee. Door de regen. De berg op. Zonder plan. Gewoon gaan. Bedankt voor het meelopen.
Gerelateerde berichten
27-02-2026: Wat er aan vooraf ging











Reacties