Mijn Camino komt steeds dichterbij. In april vlieg ik naar Porto om van daaruit langs de kust naar Santiago de Compostela te wandelen. Alleen. Met mijn rugzak. Mijn gedachten. En een verlangen dat al een tijdje onder mijn huid zit.
Ik ben niet nerveus. Nou ja, misschien een klein beetje over mijn rugzak. Hij valt net iets buiten de toegestane handbagage-afmetingen van KLM. Dat zijn van die details waar je dan ’s nachts ineens aan denkt. Zie ik mezelf al staan bij de gate. “Meneer, deze moet toch het ruim in.” Gelukkig stelde een stewardess uit de familie me gerust: meestal zijn ze niet zo streng. Ik vertrouw daar maar op.
Vorig jaar was ik in Porto met mijn vrouw Vera. We vonden
het een geweldige stad. De kleuren, de sfeer, de straatjes. Dit keer ga ik
alleen terug. Met een ander doel. Niet om te slenteren, maar om te vertrekken. Vanaf
Porto volg ik de kust richting Spanje. De oceaan links van mij. Mijn gedachten
rechts. Ik ben benieuwd wat er gebeurt als je ruim twee weken alleen onderweg
bent. Ik ben dat niet gewend. Veertien dagen zonder dagelijkse prikkels, zonder
werkritme, zonder vaste patronen.
Vera vroeg:
“Ga je me missen?”
Ik weet het eerlijk gezegd niet. Ik heb geen idee wat ik ga missen. Ik ga het
zien.
Wat ik wel weet, is dat ik hoop mezelf tegen te komen. Niet
omdat ik mezelf kwijt ben, maar omdat ik soms word opgeslokt door de waan van
de dag. Zoveel prikkels. Zoveel rollen. Zoveel verwachtingen. Ik heb behoefte
aan een reset. Gewoon even terug naar de basis: lopen, eten, slapen, denken.
Ik kijk graag naar programma’s als Alone, Special Forces en
No Way Back. Mensen die zichzelf in een ongemakkelijke situatie plaatsen. Niet
voor applaus, maar voor groei. Dat vind ik mooi. Dat raakt me. Ik zou best eens
mee willen doen aan zo’n programma. Niet om iets te bewijzen aan een ander,
maar om iets te ontdekken over mezelf. En ik vind het prachtig dat zo’n proces
wordt vastgelegd op camera. Een document van je eigen ontwikkeling.
Maar waarom wachten tot iemand je belt? Waarom niet zelf het
avontuur organiseren? Dus dat doe ik. Ik wacht niet. Ik loop. Ik leef graag in
het nu. Want de toekomst laat zich niet regisseren. Maar juist daarom ga ik nu.
Omdat het kan. Omdat mijn lichaam het aankan. Omdat ik niet weet of ik het op
mijn zeventigste nog kan, of misschien wel niet eens meer wíl.
Waterpolo werd hardlopen. Hardlopen werd wandelen. Misschien
wordt wandelen ooit fietsen. Het wandelen vind ik heerlijk. Het is niet
spectaculair. Het is niet snel. Het levert geen medailles op. Maar het maakt
mijn hoofd leeg. Soms combineer ik een lange wandeling met een bezoek aan mijn
ouders in de Hilversumse Meent of spreek ik mijn moeder ergens in Hilversum af.
Dan wordt beweging verbinding.
Een doel hebben helpt me. Iets om naartoe te werken. En nu
is dat doel: Santiago. Niet om daar iemand anders te worden. Maar om dichter
bij mezelf uit te komen. In april trek ik mijn schoenen aan. En loop ik mijn
eigen televisieprogramma. Met mijn eigen camera en met een verhaal.

Reacties