Al weken had ik last van steken in mijn hoofd. Een zeurende, bonkende pijn die zich van mijn schouder naar mijn linkerslaap verplaatste en later ook de rechterkant begon te teisteren. Midden in de nacht werd ik er wakker van. Wat is dit toch? Ik ben niet iemand die snel naar een pilletje grijpt, maar zelfs ik kon niet anders dan een paracetamol nemen.
Misschien dronk ik te veel koffie? Sinds de overname van het bedrijf is de koffie veranderd. Misschien kon mijn lichaam daar niet tegen? Dus besloot ik een paar dagen thee te drinken. Maar nee, de hoofdpijn bleef. En ik miste de koffie.
Dan maar een andere theorie: te weinig beweging? Een
vastzittende schouder? Of misschien mijn kussen? Ik probeerde alles. De pijn
bleef. Het begon op mijn humeur te drukken. Ik probeerde het te verbergen, maar
voelde me ellendig.
Misschien lag het aan het werk. We gingen van papier naar
digitaal en ik was daar al weken in mijn hoofd mee bezig. Vandaag was de dag.
Zou ik het kunnen bijhouden? Zou ik het snappen? Ik ben niet meer de snelste.
Vroeger leerde ik een handeling in één keer, nu heb ik soms zes keer nodig. En
dan nog kan het de volgende dag weer verdwenen zijn. Vooral met wachtwoorden
ben ik hopeloos. Privé en op het werk heb ik er inmiddels meer dan honderd. En
als je ze dan ook nog elke maand moet wijzigen…
Ik snap nu zo goed waarom ouderen hier moeite mee hebben.
Bij de kassa zie ik klanten stuntelen met hun pinpas. Ze halen een gekreukeld
briefje uit hun portemonnee en lezen hun pincode af. Ik kijk toe en besef:
misschien word ik ook zo iemand.
De hoofdpijn werd intenser. Wat als het iets ernstigs was?
Een tumor misschien? Ik ben geen hypochonder, maar toch schoot die gedachte
door mijn hoofd. Uiteindelijk besloot ik mijn collega in vertrouwen te nemen.
En alsof het niets was, verdween mijn hoofdpijn langzaam terwijl ik haar over
de overgang naar digitaal vertelde.
"Is het geen stress?" vroeg ze.
De woorden kwamen binnen. Stress? Ik? Maar ik ben toch
rustig? Niet opgewonden? Toch moest ik toegeven dat de angst om dit nieuwe
systeem niet te snappen me onbewust had gegrepen. Mijn lijf had het door,
terwijl ikzelf nog dacht dat ik kalm was.
Ik betrapte mezelf erop dat ik had willen weglopen. Dat deed
ik vroeger altijd bij moeilijke dingen. Maar de laatste jaren probeer ik ze
juist onder ogen te zien. Net als bij mijn vader met Alzheimer. Ik heb het
omarmd, me erin verdiept en mezelf wijsgemaakt dat ik er makkelijk over kan
praten. En dat lukte. Wat je tegen jezelf zegt, is belangrijk. Als ik het niet
had geaccepteerd, had ik misschien gevochten. Maar acceptatie kost minder energie.
En de hoofdpijn? Die was ineens weg. Mijn collega had
gelijk. Ik had stress. En ik had het niet eens door.
Ik haal opgelucht adem, loop naar de koffiemachine en schenk
mezelf een bakkie in. Want dáár lag het dus niet aan.
Reacties