Ik zit hier op Karpathos, een van de Griekse eilanden die we inmiddels meerdere keren hebben opgezocht voor onze vakanties. Griekenland blijft ons trekken. Misschien omdat de zee, de wind en het strand me doen denken aan Bonaire en Curaçao. Natuurlijk zijn er verschillen, maar dat gevoel van vrijheid herken ik.
Alleen is Karpathos geen feest-eiland. Gelukkig maar. Als ik geluid wil, zet ik wel muziek op mijn hoofd. Ik kom hier juist voor de rust.
Karpathos voelt anders dan veel andere vakantiebestemmingen. Het eiland is ruig, de bergen zijn indrukwekkend en je vindt er prachtige stranden en kleine baaien. Er is toerisme, natuurlijk, maar het voelt niet alsof alles hier om toeristen draait.
En dat vind ik fijn.
We hebben inmiddels verschillende stranden bezocht. Kleine, knusse baaitjes. Hartstikke mooi hoor. Maar ik kom er steeds meer achter dat ik helemaal niet zo van knus ben.
Ik hou van ruimte. Geef mij maar een lang strand. Een grote baai. Bergen die ver uit elkaar staan. Zodat je ver weg kunt kijken. Dat doet iets met mijn hoofd. Ruimte buiten geeft blijkbaar ruimte binnen.
Bij zo'n klein strandje, met iedereen dicht op elkaar, krijg ik het een beetje benauwd. Parasol hier, handdoek daar. Buurman links, buurvrouw rechts.
Nee.
Doe mij maar een bedje op een hoek. Dan kan ik meedraaien met de zon. Ik heb geen last van mijn buren en zij hopelijk ook niet van mij.
![]() |
| Strand bij Karpathos Stad |
Ik moet daarbij ineens aan een cabrio denken. Het maakt me eigenlijk niet uit welk merk. Zodra het dak open gaat, is de beleving anders. Je hebt ruimte boven je hoofd. Je voelt de wind. Je kunt om je heen kijken. Dat vind ik lekker.
Ruimte.
Misschien verklaart dat ook waarom ik in het vliegtuig altijd het liefst aan het gangpad zit. Niet omdat ik zo nodig naar de wc moet. Ik wil gewoon een beetje ruimte. Ik vind het niet prettig als er links én rechts iemand naast me zit.
En op vakantie wil ik eigenlijk hetzelfde.
Een beetje privacy. Een accommodatie waar je de buren niet voortdurend ziet. Een zwembadje waar je gewoon in je blote kont het water in kunt zonder dat iemand daar iets van vindt.
Vrijheid.
Niet veel. Maar wel genoeg. Ik hou trouwens best van de zon. Maar ik wil wel zelf bepalen wanneer hij op me schijnt. Dus meestal lig ik onder een parasol. Ook dat is vrijheid. 😂
Thuis sta ik eigenlijk altijd aan. Op mijn werk. Thuis. Met familie. Er is altijd wel iets. Iets wat moet. Iets wat geregeld moet worden. Iemand die iets nodig heeft.
Actiestand.
Hier niet. Hier kan ik gewoon zitten. En dat vind ik misschien wel het mooiste van vakantie op Karpathos.
Niets doen.
Ik slaap hier ook langer. Thuis wil ik er vaak meteen uit. Soms juist om even alleen te zijn voordat de rest van de wereld wakker wordt. Een stukje lopen. Schrijven. Even mijn eigen hoofd.
Tijdens mijn reis naar Santiago de Compostela heb ik ontdekt hoe fijn het is om alleen op pad te zijn. Geen rekening houden met iemand. Gewoon zelf bepalen waar je loopt, wanneer je stopt, waar je koffie drinkt.
Dat vond ik heerlijk. En misschien heb ik daarom ook zo'n behoefte aan ruimte. Niet omdat ik mensen niet leuk vind. Integendeel. Maar omdat ik mezelf ook leuk vind als ik even alleen ben.
Hier op Karpathos hoef ik even niets.
Natuurlijk denk ik aan thuis. Dat gaat gewoon mee in het vliegtuig. Je laat je leven niet achter op Schiphol. Maar hier voelt het anders. Hier hoef ik even niet te zorgen. Niet te regelen. Niet te rennen.
Hier mag ik gewoon kijken naar de zee. En luisteren naar de golven. Of helemaal niets. En misschien is dat wel wat ik nodig heb. Niet méér. Maar minder. Minder moeten.
Meer ruimte.
Ik kijk weer naar de zee. Blauw. De lucht blauw. De golven wit. De bergen ver uit elkaar. En ik merk dat ik er rustig van word. Misschien is dat wel waarom Karpathos ok is. Omdat de ruimte om me heen eindelijk ook wat ruimte in mijn hoofd maakt.
Oh, wat is de zee blauw.
En wat heb ik die ruimte nodig.

Reacties