Ik ben al jaren alcoholist.
Dat woord schrijf ik nu pas hardop op.
Niet het stereotype beeld.
Geen parkbank. Geen afglijden.
Ik ben een functionerende, gezellige, onzichtbare drinker.
Ik drink omdat het normaal is.
Omdat het hoort.
Omdat een feestje pas begint na de koffieronde.
Op borrels tel ik geen glazen, maar momenten.
Het moment dat er wijn komt.
Het moment dat iemand zegt: “Zullen we er nog één nemen?”
Ik heb last van bodemdrift.
Het glas moet leeg.
Maar ook de fles,
want die is toch al open.
Als ik voor een ander inschenk, nip ik alvast in de keuken.
Niet omdat ik moet.
Maar omdat het kan.
En omdat ik mezelf al jaren wijsmaak dat het onschuldig is.
Zaterdagen en zondagen lig ik regelmatig uitgeschakeld in bed.
Maagzuur is mijn vaste metgezel.
Maar stoppen? Nee joh. Ik functioneer toch?
Tot nu.
Dry January.
Geen uitdaging. Geen stoer voornemen.
Maar een pauze.
Het is zondagochtend, zes uur.
Het heeft gesneeuwd.
Ik zit beneden te typen.
Mijn hoofd is helder.
Geen kater. Geen mist.
En ineens zie ik hoe lang ik mezelf in de maling heb genomen.
Ik dronk niet omdat het zo leuk was.
Ik dronk omdat het zo normaal was geworden.
Eerlijk is eerlijk: echt bier smaakt beter dan 0.0.
Dat winnen de brouwerijen voorlopig niet.
Maar wakker worden zonder schaamte, zonder hoofdpijn, zonder wazigheid?
Die smaak kende ik niet.
Ik weet nog niet wat februari doet.
Dat zie ik dan wel.
Voor nu is dit genoeg:
een maand eerlijk zijn tegen mezelf.
En misschien, heel misschien,
is dat het begin van iets anders.
Gerelateerde berichten
23-02-2014 30 dagen zonder alcohol 2014


Reacties